shim shim
home shim
home
shim
shim shim shim
product shim
product product shim
shim shim shim
samenstelling shim
samenstelling samenstelling shim
shim shim
apitherapie shim
apitherapie shim
shim shim shim
overzicht shim
overzicht overzicht shim
shim shim
prijzen shim
prijzen shim
shim shim
english shim
english shim

©2003-2008
Marieke Mutsaers

 

Trichilia ABC - Marieke Mutsaers

Producten van het bijenvolk - bestuiving

Evert Timmer in de kas

bijen in kas op witte koolBij het bezoeken van bloemen blijft stuifmeel van de meeldraden kleven aan de borstharen van de bij. Bij een bezoek aan volgende bloemen blijft dit stuifmeel voor een deel kleven op de stempel van de stamper. De stuifmeelkorrels kiemen op de vochtige stempel en groeien door middel van een stuifmeelbuis tot in het vruchtbeginsel. Daar dringt één van de twee kernen van de pollenkorrel zich in een eicel en vindt vermenging van het genetisch materiaal plaats. De andere kern dringt de kiemzakken binnen die zich tot endosperm (binnenkiemwit) ontwikkelen. Dit leidt tot betere vruchtzetting met gave en grote vruchten en zaden, vooral als het stuifmeel van andere bloemen van dezelfde soort afkomstig is. Dit heet kruisbestuiving.

Afhankelijk van het gewas kan bij intensieve bijenbestuiving de productie van vruchten en zaden in hoge mate vermeerderd worden, tot 50%, 100% of meer. De productievermeerdering in gewicht en geldwaarde is vaak een veelvoud van de honingopbrengst van hetzelfde gewas. De gewasteler betaalt daarom bestuivingsgeld aan de imker die de bijen beschikbaar stelt en onderhoudt. In Nederland wordt dit per contract geregeld, volgens de zogenaamde bestuivingsregeling, maar in Oost-Europese landen zijn er soms wettelijke regels voor. Deze worden niet altijd nageleefd. Er wordt vaak stageld gevraagd door de gewasteler of landeigenaar. Doordat deze echter, ook ingeval de imker veel honing oogst, verreweg het meest aan de bijen verdient, is dit in alle gevallen zeer onredelijk.

Om voor voldoende bijen'druk' te zorgen worden er vaak méér volken geplaatst dan voor de bijen zelf en voor honingbrengst zinvol is. De bijenvolken komen daarmee stuifmeel en nectar tekort en moeten door de imker bijgevoerd worden ofwel regelmatig vervangen worden door nieuwe volken, zoals in de kassen gebeurt. Dit brengt extra kosten met zich mee en in elk geval géén of zeer weinig honing. Als de volken te klein zijn is er onvoldoende bestuiving, en daarom mag de gewasteler een minimum aantal broedraten eisen.

Bestuiving is, wat opbrengst betreft, het belangrijkste product van bijenteelt. Bestuiving als zodanig kan niet als product vervoerd of verhandeld worden, maar de bestuivende insecten wel. De handel hierin wordt steeds belangrijker bij een intensivering van fruit- en zaadteelt. Vooral bloembezoekende bijen die in volken of volkjes leven, zoals honingbijen, angelloze bijen en hommels, zijn daar zeer geschikt voor. Solitaire bijen daarentegen, zijn weer erg belangrijk in een natuurlijke, gemengde vegetatie.